DAVENTRIAAN 2004, AFLEVERING 1
INHOUDSOPGAVE
1. Fanny Blankers-Koen overleden
2. Doping: zonder of zondaar
3. Toppers in Vila Mila
4. Van de voorzitter
5. JEUGDRUBRIEK
6. Uut de olde deuze
7. Overpeinzingen
| Colofon Daventriaan
71e jaargang Uitgave: maart 2004 Redactie: Koen van Bremen,Tessel Galesloot, Marlies Mulder, Izak Patty, Wieger Wiggemans Email: daventriaan@hotmail.com Verschijningsdata: vanaf 2004 4x per jaar Druk: PCS Deventer Inleverdata kopij: Uiterlijk de eerste week van de maand van verschijnen. |
1. Fanny Blankers-Koen overleden

Op zondag 25 januari om 4.00uur is op 85-jarige leeftijd de oud atlete Fanny
Blankers-Koen overleden te Hoofddorp (geboren 26 april 1918 te Baarn). Met het
overlijden van Fanny Blankers-Koen is de beste atlete van de wereld uit de vorige
eeuw heengegaan. Haar grootste successen oogst zij tijdens de Olympische Spelen
van Londen in 1948 waar de Amsterdamse vier gouden medailles behaalt (100 meter,
200 meter, 80 meter horden en in de 4x100 meter estafette). De tijden op de
200 meter (24.3 sec.) en 80 meter horden (11.2 sec.) zijn Olympische records.
Geen enkele vrouw heeft dat tot op heden kunnen evenaren. Bij terugkeer volgt
een grandioze rijtoer tussen tienduizenden enthousiaste landgenoten in Amsterdam.
In de boeken van de IAAF staat zij genoteerd met liefst twaalf wereldrecords.
De veelzijdigheid van de 'vliegende huisvrouw', zoals zij vaak is genoemd, spreekt
uit de nummers waarop zij wereldrecords vestigt: 80 meter horden, 100 yards,
220 yards, hoogspringen, verspringen, vijfkamp, 4x110 yards, 4x200 meter.
De 17-jarige Fanny Koen (geboren op 26 april 1918 in Baarn) sluit zich in 1935
aan bij de Amsterdamse damesclub ADA, na een korte loopbaan als zwemster en
gymnaste. Zij maakt meteen indruk met een Nederlands record op de 800 meter
in 2.29.0 min. Trainer Jan Blankers (haar latere echtgenoot) ziet wel iets in
de atlete en neemt de jonge Koen onder zijn hoede. Een jaar later staat zij
bij de Nederlandse kampioenschappen in Rotterdam al tweemaal op de hoogste trede.
Zij wint de 200 meter en het hoogspringen. De Amsterdamse mag meteen naar de
Olympische Spelen in Berlijn. Een gedeelde zesde plaats bij het hoogspringen
(1,55 meter) en een vijfde in de 4x100 meter (48,8 sec.), samen met Kitty ter
Braake, Lies Koning en Ali Gerritsen, zijn in de Duitse hoofdstad de eerste
internationale successen.
Als voorbereiding op genoemde Spelen debuteert Fanny 9 juni 1936 in Blackpool
in de nationale ploeg. Tussen 1936 en 1955 staat zij 14 keer in een Oranje-équipe.
In 1955 beëindigt Fanny (zij is dan 37 jaar) haar interlandcarrière
in Posnan tegen de Poolse vrouwen met een vierde plaats bij het kogelstoten
(11,62 meter).
In 1952 neemt Fanny Blankers-Koen voor de derde keer deel aan de Olympische
Spelen. Het optreden in Helsinki loopt niet van een leien dakje. Geplaagd door
ziekte moet zij afzien van deelname aan de halve finale 100 meter. Nog niet
geheel hersteld, zit zij een dag later toch in de startblokken van de finale
80 meter horden. Het loopt meteen fout. Zij struikelt over de tweede horde.
Nadat ook de derde horde niet vlekkeloos kan worden genomen, staakt Fanny de
strijd.
Tijdens drie Europese kampioenschappen (1938 Wenen, 1946 Oslo en 1950 Brussel)
wordt haar optreden beloond met vijf gouden medailles, een zilveren en twee
bronzen. Het succesvolst is zij in Brussel met overwinningen op de 80 meter
horden, 100 meter en 200 meter en een tweede plaats van de estafetteploeg 4x100
meter. Vier Europese records staan op haar naam.
In haar 21-jarige actieve loopbaan (1935-1955) behaalt zij liefst 58 nationale
titels: dertien gouden medailles op de 100 meter, twaalf op de 200 meter, elf
op de 80 meter horden, tien bij hoogspringen, negen bij verspringen, twee bij
kogelstoten en één in de vijfkamp. Tijdens de kampioenschappen
van 1947 in Amsterdam verovert zij in twee dagen zes titels! Met nota bene 54
erkende records (inclusief estafettes) in de periode 1935-1953 bereikt zij een
peil dat in Nederland nog steeds niet is geëvenaard.
Fanny Blankers-Koen (in 1940 gehuwd met Jan Blankers) ontpopt zich als een ware
ambassadrice van de sport. Zij zet Nederland wereldwijd op de atletiekkaart.
Uitnodigingen voor optredens in Australië, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika
onderstrepen dat nog eens. Ook demonstraties bij kleinere verenigingen behoren
tot haar activiteiten. En overal stromen de toeschouwers toe.
Het kan niet uitblijven dat zij al tijdens haar actieve periode meermalen wordt
onderscheiden. In 1937 ontvangt zij de KNAU-beker voor de beste prestatie. Die
bokaal krijgt zij nog vier keer in handen gedrukt. In 1949 wordt Fanny erelid
van de KNAU en mag ook de gouden legpenning van het NOC komen afhalen. In datzelfde
jaar benoemt de koningin haar tot Ridder in de orde van Oranje Nassau.
Haar opgedane ervaring stelt zij ook ten dienste van de KNAU. Van 1958 tot en
met 1969 is zij voorzitter van de adviescommissie voor dames- en meisjesatletiek
en maakt ze deel uit van de nationaal technische commissie. Het zijn ook de
jaren dat zij optreedt als ploegleidster bij diverse landenwedstrijden, de Europese
kampioenschappen in Belgrado (1962), Boedapest (1966) en Athene (1969) en de
Olympische Spelen in Rome (1960), Tokio (1964) en Mexico-City (1968).
Op hogere leeftijd, om precies te zijn in 1998, wordt haar de eremedaille van
de IAAF toegekend. Maar de grootste onderscheiding valt haar in november 1999
ten deel als zij in Monte Carlo door de IAAF wordt uitgeroepen tot atlete van
de eeuw. Zij wordt kort daarop ook erelid van het 144-genootschap oud-topsporters.

De naam van Fanny Blankers-Koen leeft voort. Een beeldhouwwerk van de Rotterdamse kunstenaar Han Rehm staat sedert 1956 in het plantsoen tegenover de ingang van Diergaarde Blijdorp. We kennen allemaal het Fanny Blankers-Koenstadion in Hengelo en ook een park in het Olympisch stadion van Sydney is naar haar vernoemd. In de gemeente Haarlemmermeer (waar zij ereburger is) draagt een sporthal haar naam. De KNAU looft jaarlijks de Fanny Blankers-Koenplaquette uit voor de beste meisjesprestatie.
<<TERUG|
Hein Verbruggen, voorzitter van de internationale
wielerorganisatie (UCI): “Vergeeft u me wanneer ik dus eerlijk toegeef dat onzekerheid blijft knagen over het feit dat de zo gewenste eenheid over definities, preventies, politieke aspecten en dergelijke niet de definitieve antwoorden zullen geven met betrekking tot de strijd tegen doping. 't Is bijna cynisch dat frequentere controles en hardere straffen bij 'n aantal atleten geen einde zullen maken aan de zucht om doping te gebruiken, wel aan 't gebruik van opspoorbare doping.” |
De laatste jaren is sport onlosmakelijk verbonden met doping. Er gaat geen belangrijk sportevenement voorbij of tijdens of na de wedstrijden worden namen van dopingzondaars bekend gemaakt. Omdat atletiek tot één van de toonaangevende sporten behoort voor wat betreft dopinggebruik(helaas!), in dit nummer een special over doping.
Wat is doping?
Een definitie voor doping is lastig te geven. Verscheidene pogingen
tot een sluitende definitie te komen zijn op niets uitgelopen. Een eerste reden
hiervoor is dat doping een grote verscheidenheid kent in soorten. Een tweede
reden is het tempo van ontwikkelingen met betrekking tot doping: nieuwe dopingsoorten
volgen elkaar in rap tempo op. Een derde reden is dat sprake is van een groot
schemergebied tussen normale voedingsmiddelen en supplementen en methoden van
sportbeoefening. Dit heeft vooral betrekking op stoffen die niet verboden zijn,
maar wel gebonden zijn aan een grenswaarde (zoals cafeïne en alcohol).
Ook stoffen die lichaamseigen zijn (nandrolon, creatine) of stoffen, waarvan
de gemeten waarde door meerdere stoffen en processen wordt beïnvloed dan
alleen het verboden middel (EPO met hematocrietwaarde) vallen in het schemergebied.
Waarom is doping eigenlijk verboden?
Het belangrijkste kenmerk, dat soorten van doping gemeen hebben, is het feit
dat ze als prestatiebevorderend worden aangemerkt en/of een negatieve invloed
hebben op de gezondheid. Van slechts weinig stoffen is het wetenschappelijk
bewezen dat ze prestatieverhogend werken. Toch staan vele stoffen op de dopinglijsten,
omdat ze in de sport dikwijls langdurig en in zeer hoge doses worden gebruikt
en daardoor ernstige gevaren kunnen opleveren voor de gezondheid van de atleet.
Dopingpraktijken zijn dan ook verboden omwille van:
- de bescherming van de gezondheid van de atleten.
- het beschermen van de medische en sportieve ethiek.
- geen kunstmatige bevordering van de prestaties.
Dopinggebruik maakt het eerlijk verloop van een sportwedstrijd onmogelijk. Bovendien
kan bij professionele sportmensen het dopinggebruik een financieel nadeel berokkenen
ten opzichte van de eerlijke collega’s. Een ander belangrijk punt is dat
doping de persoonlijke gezondheid van de sportbeoefenaar in gevaar kan brengen.
Medicatie moet voorbehouden worden aan zieke mensen. Het oneigenlijk gebruik
van medicatie, met of zonder medische begeleiding, moet vermeden worden. Sportbeoefening
heeft als doel de gezondheid te bevorderen. Topsporters moeten hierin een voorbeeldfunctie
vervullen.

Een praktische aanpak
Gezien de bezwaren van dopinggebruik en de wens dit ongewenste gebruik in
de sportbeoefening te bestrijden, hebben internationale sportfederaties, nationale
sportbonden, nationale wetgevers elk antidoping regels opgesteld. De moeilijkheid
om een sluitende definitie van doping te geven en de continue ontwikkeling van
dopingsoorten, hebben geleid tot een praktische aanpak van het probleem wat
onder doping te verstaan en wat niet. De dopinglijst vormt de basis van deze
praktische aanpak.
Door de veelheid aan sportbonden is een groot aantal lijsten in omloop. Gelukkig
variëren deze enkel op detail. Een voorbeeld van een dopinglijst is de
sinds de jaren zestig door het Internationaal Olympisch Comité (IOC)
gepubliceerde dopinglijst. Deze lijst is officieel alleen van toepassing tijdens
de Olympische Spelen. In de praktijk nemen veel (inter)nationale sportbonden
deze lijst over, waardoor de lijst van het IOC één van de belangrijkste
en maatgevende dopinglijsten in de sportwereld is.
Welke soorten van doping zijn er?
In de dopinglijsten wordt vaak een aantal soorten van doping onderscheiden.
Doping komt voor in verschillende soorten en maten en vooral ook met verschillende
(vermeende) prestatiebevorderende effecten:
1.Verboden groepen van stoffen (bijv. anabole steroïden).
Deze groep kan beschouwd worden als de basis van veel dopinglijsten. Overigens
is het van belang te zien dat deze stoffen geen vreemdsoortige stoffen zijn,
maar dat de ze bestanddelen vormen van reguliere geneesmiddelen. Dat is dan
ook de reden dat sporters moeten uitkijken met de geneesmiddelen die ze gebruiken.
2 . Verboden methoden (bijv. bloeddoping).
In deze categorie vallen de diverse methoden die verboden zijn. Deze groep heeft
vooral betrekking op het gebruik van die methoden die op een of andere manier
de prestatie bevorderen, ongezond zijn voor een sporter of het resultaat van
de dopingcontrole beïnvloeden.
3 . Groepen van middelen die aan bepaalde beperkingen zijn gebonden (bijv.
alcohol, bètablokkers).
Het verschil met de eerste groep is, dat deze stoffen alleen onder bepaalde
omstandigheden zijn verboden. Het gaat hier om stoffen die in de dopinglijst
van het Internationaal Olympisch Comité speciaal zijn opgenomen ten behoeve
van een aantal sporttakken waarvoor bepaalde stoffen een positieve invloed op
de prestatie kunnen hebben en waarvoor het dus belangrijk is dat ze verboden
zijn. Het gebruik is onder bepaalde omstandigheden of binnen bepaalde sporttakken
echter wel toegestaan. Vooral in deze groep is veelal sprake van een schemergebied.
Waarom gebruiken sporters doping?
Het klinkt misschien als een logische vraag, maar waarom gebruiken sporters
doping? Het antwoord is dan eenvoudig: om hun prestaties te verbeteren! Achter
dit antwoord schuilt echter een complexe maatschappelijke ontwikkeling, waardoor
zowel de drempel voor sporters wordt verlaagd om doping te gebruiken als de
stimuli om dit te doen worden verhoogd.
Een ontwikkeling is dat sport steeds meer gericht is op de prestatie. Dit valt
samen met een toenemende aandacht van de media en het belang hiervan. Deze ontwikkeling
heeft het overigens mogelijk gemaakt dat veel sporters in staat zijn van hun
sportbeoefening hun beroep te maken. Sponsors, PR en publiciteit maken dat de
sporter full time bezig kan zijn met zijn prestaties. De sporter wordt in een
dergelijke situatie dan ook afgerekend op zijn prestaties! De sport in de publiciteit
betekent tegelijkertijd een ontwikkeling waarbij sporters als helden in de maatschappij
worden gezien. Of als het even niet gaat: als losers. Succes is altijd iets
van zeer voorbijgaande aard. Het ene moment een held (al dan niet met dopinggebruik!?!),
het andere moment weer op de achtergrond.
De stimuli worden dus steeds groter om doping te gebruiken. Tegelijk is de wetenschap
volop in ontwikkeling: nieuwe middelen en methoden, controleerbaar en beheers
gebruik van doping lijkt mogelijk. Meer en meer is sprake van ononspoorbare
verboden middelen en methoden. De drempel om doping te gebruiken lijkt af te
brokkelen. De pakkans is klein, sportbonden hebben weinig benul van de schaal
en omvang van het dopinggebruik. Veel sportbonden worden gerund door amateurs
en hebben beperkte financiële armslag.
| DOEMSCENARIO? Door de toenemende mogelijkheden van de (bio)medische wetenschap is het mogelijk dat atleten zich aanpassen om zo optimaal te kunnen presteren. Met andere woorden: er komen steeds meer methoden en middelen beschikbaar die een atleet in staat stellen zijn of haar prestaties te verbeteren. Bloed zuiveren na gebruik van doping, spierweefsel inbrengen, lichaamsbouw vervolmaken, waar is de grens? De wetenschap zal geen grenzen stellen, dat kan alleen de maatschappij! |
Met deze ontwikkelingen richting een prestatiegerichte en professionaliserende sport verdwijnt de fair play langzaam uit de sport. Dit is niet raar, het verdwijnt immers ook uit de maatschappij. En juist fair play is altijd een belangrijke reden geweest om doping tegen te gaan. Fair play duidt op gelijke kansen. Je kunt je afvragen of die wel bestaan in een ‘schone’ sport: kleine mensen zullen nooit wereldkampioen hoogspringen kunnen worden, atleten uit ontwikkelingslanden kunnen zich niet zo goed voorbereiden op belangrijke wedstrijden (als ze al kunnen komen) als atleten uit de westerse wereld.
Wie hebben er in de atletiek allemaal doping gebruikt?
Ook de atletiek blijft helaas niet gespaard van dopinggebruik. Door het individuele
karakter van de sport, het belang van kracht en snelheid is het gebruik van
doping een aantrekkelijk middel om prestaties te bevorderen.
Bekende snoepers zijn:
Oost-Duitse atleten (voor de val van de Berlijnse Muur): veel verdachte atleten
en bijna evenzoveel wereldrecords. Weinig daadwerkelijk betrapt.
Ben Johnson: betrapt na behalen gouden medaille Olympische Spelen Seoel 1988
met ongekend snelle tijd op de 100 meter.
Carl Lewis: (rivaal van onder meer Ben Johnson) toonbeeld van sportieve atleet.
In 2003 onthullingen dat zelfs een van de grootste atleten aller tijden van
de dopingpot gesnoept zou hebben.
Erik de Bruin: Nederlands beste kogelstoter in de 20e eeuw, ontkende doping
gebruikt te hebben.
Linford Christie: 1992 goud in Barcelona op de 100 meter. Britse sprinter, werd
op late leeftijd betrapt op het gebruik van nandrolon.
Troy Douglas: genaturaliseerd tot Nederlands beste sprinter, eveneens op late
leeftijd betrapt op gebruik van nandrolon.
Javier Sotomayor: Wereldrecordhouder hoogspringen betrapt op gebruik van cocaïne.
Kreeg strafvermindering na aanvankelijke schorsing van twee jaar.
C.J. Hunter: Kogelstoter en de man van ’s werelds beste sprintster van
de afgelopen jaren Marion Jones. Betrapt op het gebruik van nandrolon.
Dieter Baumann: Succesvol 5000m loper, onder meer op de Olympische Spelen van
Barcelona. Twee jaar schorsing uitgezeten na dopinggebruik, ondanks pogingen
straf door hoogste sportgerechtsorgaan ongedaan te laten maken.
Kelli White: 100 en 200 meter kampioen 2003 in Parijs. Schuldig aan dopinggebruik
bevonden.
Een kansloze strijd?
Dit is nog slechts een klein overzicht van de atleten die betrapt zijn. Sinds
de jaren negentig wordt in toenemende mate strenger en vaker gecontroleerd.
Dit heeft geleid tot enorme aantallen betrapte atleten. De laatste jaren lijkt
een soort wedloop te zijn ontstaan tussen de dopingontwikkelaars en –zondaars
aan de ene kant en de dopingtestontwikkelaars, sportbonden en in sommige landen
het strafrechtelijk systeem aan de andere kant. Steeds opnieuw worden dopingsoorten
gevonden of ontwikkeld, die niet kunnen worden opgespoord met de huidige opsporingsmethoden
en technieken. Het gevolg is dat de sommige takken van sport dusdanig besmeurd
zijn geraakt (wielersport, gewichtheffen, maar voor een deel ook de atletiek),
dat meer dan ooit sprake is van de noodzaak dopingzondaars op te sporen en te
straffen. Zij brengen immers niet alleen hun eigen gezondheid in gevaar, maar
ook de gezondheid van de gehele sport!
Om verder te lezen op internet:
NOC*NSF (www.noc-nsf.nl
of www.sport.nl)
NECEDO (www.necedo.nl)
IAAF (www.iaaf.org/antidoping)
Dopinglijn (www.wvc.vlaanderen.be/dopinglijn)
KNAU (www.knau.nl of www.atletiek.nl)
<<TERUG
Een aantal Nederlandse midden-lange afstandslopers lijkt tot de wereldtop
toe te treden. Gert-Jan Liefers en Bram Som hebben reeds internationale succesjes
geboekt. Toevallig een paar talenten opgedoken? Misschien wel, maar in ieder
geval draagt een bijzonder project hier aan bij.
Project Villa Mila
Drie jaar geleden is de KNAU het project Villa Mila gestart. Mi staat voor midden
en La staat voor lang, met andere woorden de midden-lange afstand. Het doel
van dit project is de loopnummers in Nederland op een structureel hoger niveau
te brengen. De Nederlandse lopers moeten zich kunnen meten met de absolute wereldtop.
Eerste en belangrijkste graadmeter daarvoor is in 2004: de Olympische Spelen
in Athene. Daarnaast moet ook de nationale top breder worden, zodat in Nederland
meer concurrentie ontstaat. Een doelstelling voor de langere termijn is het
ontdekken en opleiden van nieuwe, grote talenten richting de Olympische Spelen
van 2008 en 2012.
![]() Lotte Visschers |
Op weg naar de top Om krachten en kennis van atleten, coaches en andere specialisten te bundelen, is in 2001 besloten Villa Mila op te richten. De officiële opening was in april 2002 en werd verricht door Joop Alberda, technisch directeur van NOC*NSF. Villa Mila omvat alle loopnummers vanaf 800 meter op de baan, weg en cross. Nederlandse atleten, coaches en andere begeleiders die betrokken zijn bij deze loopnummers komen hier bij elkaar. |
Topsporthuis
Het project Villa Mila is vooral bekend vanwege het topsporthuis, dat reeds
meerdere malen de aandacht van de media heeft getrokken. In samenwerking met
het Olympisch Steunpunt Gelderland is gezorgd voor permanente woonruimte in
de directe omgeving van Papendal. Op 's Koonings Jaght (van origine een complex
voor geestelijke gehandicapten) heeft een aantal topsporters een onderkomen
gevonden. Een tiental MiLa-atleten, waaronder Bram Som, Arnoud Okken en Gert-Jan
Liefers, wonen op dit complex.
| BELEID VILLA MILLA Om internationaal te kunnen concurreren, wordt er voor iedere atleet de meest optimale trainingssituatie gezocht. Dit gebeurt in overleg met en naar keuze van de betreffende atleet. Deze optimale trainingssituatie kan zijn: bij één van de persoonlijke (top)trainers (vooral voor atleten die niet in de omgeving van Papendal wonen) bij één van de coaches die werkzaam zijn binnen Villa Mila (met name voor atleten die in de omgeving van Papendal wonen en/of trainen) Welke trainingssituatie optimaal is wordt door de atleet zelf bepaald. Villa Mila zal zich tot het uiterste inspannen om bovenstaande situatie te concretiseren. De kwaliteit van de trainer is bepalend voor de keuze van de atleet en het bereiken van topprestaties op de korte en lange termijn. Het Villa Mila Team en de Olympische kernploeg staan volledig open voor uitwisseling van kennis en ervaring met alle trainers. Het is de wederzijdse verantwoordelijkheid van de verschillende trainers om initiatieven te ontplooien teneinde deze kennis en ervaringsuitwisseling tot stand te brengen, zodat dit ten goede komt aan de duurzame relatie tussen trainer en atleet en de prestatie ontwikkeling van laatstgenoemde. Doelstelling is het ontwikkelen van topatleten en toptrainers tot internationaal niveau. |
TEAM VILLA MILA Vaste medewerkers: Honoré Hoedt - hoofdcoach Mila Gerard Nijboer - hoofdcoach weg+cross Willem van de Worp - coördinator talentontwikkeling Bram Wassenaar - bondscoach lange afstanden Jack Wouters - bondscoach Cross Gerard Rietjens - inspanningsfysioloog Els Stolk - bondsarts Bert Borghans - fysiotherapeut Florence Komen - office Manager Incidenteel: Anja van Geel - sportdiëtiste Renate Borsboom - masseuse Stijn Boek - fysiotherapeut |
Het project omvat echter veel meer dan alleen een topsporthuis:
- meetingpoint voor atleten en coaches
- kantoor Mila-bondstrainers
- tijdelijke slaapplaats topatleten
- behandelruimte voor arts en fysio
- analyse trainingsresultaten / testresultaten
- werkplek topbegeleidingsteam
- centrale plaats voor uitvoeren van testen
|
OLYMPISCHE KERNPLOEG · Stefan Beumer · Adrienne Herzog · Najla Jaber · Lornah Kiplagat · Marco Koers · Luc Krotwaar · Gert-Jan Liefers · Kamiel Maase · Arnoud Okken · Koen Raymaekers · Bram Som · Lotte Visschers · Joep Tigchelaar · Simon Vroemen · Nadja Wijenberg |
Visie en beleid
De visie van Villa Mila is:
- Door een intensieve analyse, monitoring en dialoog tussen atleet, persoonlijke
trainer, bondscoach en begeleidingsteam het trainingsproces optimaliseren.
- “lopen-lopen-lopen”. Nederland qua training ‘back to basics’.
Dat wil zeggen, dat de oefenstof voor het grootste deel uit (extensief) lopen
dient te bestaan. Met als gevolg meer loopminuten, meer (korte) trainingen en
een betere basisconditie. Ook Haile Gebreselassie is groot geworden van “lopen-lopen-lopen!!”.
Het beleid (zie ook kader hiervoor) dat is ontwikkeld, is vooral gericht op
de individuele omstandigheden en verlangens van een atleet, de kwaliteit van
de trainers en trainingen, kennisuitwisseling. Deze beleidsaspecten dienen echter
een gezamenlijk doel: het kweken van topatleten.
Gert-Jan Liefers
Team Villa Mila
In het project Villa Mila is een belangrijke rol weggelegd voor het begeleidingsteam.
Dit team moet houvast bieden voor een topatleet, structuur en organisatie om
de valkuilen zoveel mogelijk te kunnen mijden. Het team van Villa Mila bestaat
uit een
aantal vaste medewerkers en incidentele medewerkers (zie kader hiervoor).
De topatleten
Het draait natuurlijk om de atleten. Wie zitten er allemaal in Villa Mila. Eigenlijk
is dat vrijwel de voltallige Nederlandse looptop. Er wordt onderscheid gemaakt
tussen de Olympische kernploeg en nationale selecties (A en B) (zie kader).
| SELECTIE NATIONAAL
Corine van Beek · Maarten van Baardwijk · Joost Blokland · Miranda Boonstra · Hugo van de Broek · Michel Butter · Elsbeth Ciesluk · Jeroen van Damme · Dirk de Heer · Irma Heeren · Greg van Hest · Stella Jongmans · · Mark van der Koelen · Susan Kuijken · Dennis Licht · Wijnand Rijkenberg · Brechje de Ruijck · Vivian Ruijters · Ronald Schroer · Anne van Schuppen · Annelieke van der Sluis · Sander Schutgens v Seppe Stax · Patrick Stitzinger · Jose van der Veen · Jolanda Verstraten · Anjolie Wisse |
Verder lezen op internet?
KNAU - topatletiek: www.knau.nl
NOC*NSF: http://www.sport.nl/groep.php3?groepid=37
Artikel over Topsporthuis in De Gelderlander:
www.hardlopen.nl/hlarchief2topsporthuislichtuit.html
Het is alweer enige tijd geleden dat de laatste Daventriaan is verschenen.
Na overleg met het bestuur heeft de redactie besloten ons clubblad nog maar
vier keer per jaar uit te doen komen en meer informatie met de leden en andere
belangstellenden uit te wisselen via de nieuwe website van onze club. Deze website
van AV Daventria 1906 is te vinden op www.avdaventria.nl.
De website is ontworpen en samengesteld door Izak Patty. Izak heeft er heel
veel werk van gemaakt en we zijn dan ook blij met de vormgeving van de site.
Op deze plaats spreekt het bestuur dan ook zijn dank uit voor de inzet van Izak.
Dat de Daventriaan nog maar vier keer per jaar uitkomt, heeft ook te maken met
de hoge kosten die verbonden zijn aan het uitbrengen van ons clubblad. Hoewel
het bestuur het clubblad een belangrijk medium vindt, moeten de kosten natuurlijk
wel beheersbaar blijven en dat werd de laatste tijd steeds moeilijker.
Op 19 maart jl. heeft de 1e steenlegging van ons nieuwe clubgebouw met enige
vertraging plaatsgevonden. Het leek erop dat de aannemer niet gehinderd zou
worden in de voortgang door de winterse omstandigheden, maar net toen het voorjaar
om de hoek kwam kijken werd ook de vorst een storende factor. Dat neemt niet
weg dat de bouw gestaag vordert en dat de contouren van het clubgebouw steeds
duidelijker vormen aannemen. De oplevering van het clubgebouw zal medio mei
plaatsvinden. Tot die tijd moeten we helaas met enige overlast rekening houden.
Echter, daarna zullen ook wij kunnen beschikken over een prachtige eigen faciliteit.
In aansluiting, of eigenlijk ter voorbereiding, is het bestuur al in gesprek
met een aantal vrijwilligers om invulling te geven aan een ‘kantinecommissie’
. Want straks zullen al onze leden van de faciliteiten gebruik willen en kunnen
maken.
Op dit moment is ook het Daventria Running Circuit van start gegaan. De cross
en de wegwedstrijd (de Joop Boogmansloop) zijn inmiddels gelopen en de climax
zal weer plaatsvinden op de baan. Een groot aantal atleten is weer volop in
strijd in het gecombineerde klassement. Hoewel we tevreden zijn over het aantal
deelnemers kan het natuurlijk altijd beter en we zullen de komende jaren gezamenlijk
moeten proberen deze toch prachtige competitie nog meer onder de aandacht te
brengen. Het Running Circuit is een formule die absoluut de moeite waard is.
Ook Daventria heeft echter veel te maken met concurrentie van allerlei andere
wedstrijden, zoals de Lenteloop in Eerbeek, de City-Pier-City in Den Haag en
de Fortis Rotterdam Marathon. Het is nu eenmaal niet mogelijk om altijd en overal
te lopen, ook al denken sommige mensen daar anders over.
Inmiddels heeft een aantal Daventrianen twee modules van de opleiding Jeugd
Atletiek Leider van de KNAU afgerond. Een hele prestatie, want deze opleiding
vergde een behoorlijke tijdsinvestering. Het bestuur is blij dat zoveel mensen
de moeite hebben genomen om deze opleiding te volgen, omdat we hierdoor onze
jeugdtrainersstaf kunnen aanvullen en nog verder professionaliseren. Dat is
absoluut van belang, want in deze tijd wordt van onze vrijwilligers op elk terrein
steeds meer kennis en vaardigheid verlangd, waarbij soms ook verzekeringstechnische
aspecten een rol spelen. Dat laatste speelt ook een rol op het bestuurlijke
vlak. Van het bestuur wordt steeds vaker professionele kennis van zaken gevraagd.
Dat is soms heel lastig, want ook de bestuursleden zijn vrijwilligers die veel
tijd in de vereniging steken. Daarom is het bestuur op zoek naar leden die tot
het bestuur willen toetreden om zo te komen tot een beter team, dat de tijd
en de mogelijkheden heeft om de vele punten die er liggen op te pakken en in
te vullen. Hierbij valt te denken aan ontwikkelingen op het gebied verenigingsmanagement,
vrijwilligersondersteuning, accommodatiezaken, sponsoring, trainersbegeleiding
enz. Mensen die hiervoor belangstelling hebben, kunnen zich melden bij één
van de bestuursleden.
Er staat weer een nieuw sportjaar voor de deur met veel activiteiten, óók binnen onze vereniging. U hoeft zich beslist niet te vervelen met het EK Voetbal en de Olympische Spelen. Op een wat lager niveau kunt u allemaal weer terecht bij onze vereniging. In het voorjaar bij de vele jeugdwedstrijden, de wegwedstrijden die overal plaatsvinden of gewoon bij de reguliere trainingen die op elke dag van de week wel Daventrianen op de been brengt. Misschien heeft u ook nog wat tijd over om onze vereniging op een andere wijze te helpen, bijvoorbeeld met het onderhoud. Als dat zo is, neemt u dan contact op met een bestuurslid, zodat we werkgroepen kunnen samenstellen en dingen kunnen aanpakken.
Tot die tijd wens ik u allemaal veel loopplezier en kilometers toe. En mocht u waar dan ook in een wedstrijdje starten dan wens ik u toe dat u de doelen haalt die u voor uzelf gesteld heeft.
<<TERUGNIEUW CLUBHUIS
De bouw van het nieuwe clubhuis verloopt voorspoedig. De begane
grond, waar de twee kleedkamers, een ruimte voor de krachttrainingen (krachthonk)
en een materialenhok komen is grotendeels klaar. Binnenkort kan worden begonnen
met het optrekken van de eerste verdieping. Hier komt de kantine met een balkon,
een vergaderruimte en de juryruimte. Vanuit de kantine heeft men straks een
mooi uitzicht op de atletiekbaan.

Op vrijdag 19 maart 2004 heeft Ed van Beek (voorzitter) symbolisch de eerste steen gelegd van het nieuwe clubgebouw. De handeling werd bijgewoond door afgevaardigden van de gemeente Deventer, aannemer VDR en bestuur en leden van Daventria.
Gestreefd wordt om het nieuwe onderkomen van en voor de atleten medio mei op
te leveren!
Hallo!
Hier dan weer een nieuwe jeugdrubriek! We hebben weer een interview voor
jullie, een aantal moppen en raadsels en natuurlijk het vervolg op ons superspannende
verhaal! Dat wordt dus weer leuk! En zoals altijd blijven we wachten op inzendingen.
Moppen en raadsels
Tot onze grote vreugde hebben we een reactie gekregen! Lisa Bruil heeft
ons een leuke mop en een leuk raadsel toegestuurd. Heel erg bedankt! Neem allemaal
een voorbeeld aan Lisa! Hier volgen ze.
Raadsel:
Ik ben wie ik ben,
maar weet men wie ik ben,
dan ben ik niet meer wat ik ben,
wat ben ik?Antwoord:
Raadsel
| Mop: Een kapietein op sterfen, hij zegt tegen zijn papegaai: je moet drie dingen onthouden; 1. je speelt vals 2. mooie duik 3. bergen in zicht Daarna was de kapietein dood gegaan. Later zat de papegaai met een meneer en een mevrouw te kaarten aan de rant van een zwembad, opeens zegt de papgaai tegen de mevrouw: je speelt vals!!! daarvan schrok de mevrouw zo erg dat ze in het water viel: mooie duik!!! daardoor zakte haar bikini af: bergen in zicht!!! |
![]() |
![]() |
We hebben zelf ook
nog een grappig raadsel voor jullie. Er was eens een wrede keizer die een beeldschoon slavinnetje had. Zij was zo mooi, dat hij met haar wilde trouwen. Zij was echter niet alleen mooi maar ook trots, en ze was zo onverstandig om niet met de keizer te willen trouwen. De boze keizer riep toen de voltallige vergadering van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer bij elkaar. Gezeten op zijn troon liet hij het slavinnetje binnenkomen en hij zei: “Ik geef je een laatste kans op leven of dood. Ik heb in mijn ene hand een rode Smartie en in mijn andere hand een bruine Smartie. Als je de rode kiest, ben je vrij om weer naar je vaderland terug te keren. Kies je de bruine, dan wordt je ter plekke onthoofd, en daarna opgehangen. Maar kies een beetje vlug, anders gaan de Smarties smelten.” Het slavinnetje (beeldschoon en behalve trots ook heel slim) begreep donders goed dat de wrede vorst, die immers zo slecht tegen zijn verlies kon, in allebei zijn handen een bruine Smartie had. Hoe redde zij zich daaruit? Antwoord: Zij wierp zich (zogenaamd huilend) aan zijn voeten, kuste zijn rechterhand en riep dramatisch uit: “Deze kies ik!” En ze hapte, toen de keizer zijn hand open wilde doen, de smartie uit zijn hand, en at deze snel op. “Wat doe je nou?!” riep de keizer verontrust. “Nu weten we niet welke je gekozen hebt.” “Ojee,” zei ze, “maar wacht eens, we weten het wel, we kijken gewoon wat u in uw andere hand hebt.” Dat bleek een bruine smartie te zijn. “Zie je wel, dan was de andere dus rood!” riep ze jubelend uit. De keizer kon moeilijk tegenover de Eerste Kamer en de Tweede Kamer bekennen, dat hij de boel had willen belazeren, en hij gaf haar de vrijheid. |
Interview |
![]() |
Van wat voor muziek houd je?
Een beetje pop/rock achtige muziek. Mijn favoriete groepen zijn Coldplay en
U2.
Wat is je lievelingseten?
Italiaans eten vind ik heel lekker.
Wat is je favoriete vakantieland?
(Zuid) Frankrijk.
Wat vind je van de club Daventria?
Heel gezellige club, en ik denk dat het nog gezelliger wordt als het nieuwe
clubhuis er is!
Wat zou je graag anders willen aan onze club?
We hebben veel meer vrijwilligers nodig, die vrijwilligers hoeven niet zoveel
te helpen, maar gewoon een paar keer per jaar ofzo zou al heel goed zijn…
Ben je tevreden met jezelf?
wat is dat voor vraag? :)
Met wie ga je veel om op atletiek?
Daan Gelissen, Herre Groen, Vincent Rossen en nu vergeet ik denk ik ook nog
wat mensen...
STRIPJE

Verhaal
Daan en Kim doen op een training verstoppertje. Ze zitten achter een schuurtje
en ze kijken naar binnen…
“Kim, wat doen die mensen daarbinnen?” vraagt Daan.
“Sssst!” sist Kim en ze trekt Daan mee, weg van het raam. “Die
mannen zijn bankrovers, dat zag je toch zo!! Ze waren allemaal geld aan het
tellen!” fluistert Kim opgewonden tegen Daan.
“Wat gaan we nu doen dan?” vraagt Daan angstig? Kims ogen worden
groot. “Laten we naar de politie gaan, dan krijgen we heel veel geld omdat
we de boeven hebben gepakt!”
“Dat durf ik niet,” zegt Daan.
“Ach joh, doe niet zo schijterig!”
Nu moet Daan wel meedoen. Voorzichtig lopen ze weer in de richting van het raam.
Ze kijken ingespannen naar binnen. Maar ze zien de mannen niet meer. Hoe kan
dat?
Opeens voelen ze allebei een hand op een schouder. Een zware stem zegt: “Zo kinderen, komen jullie maar eens even mee!” Bang kijken Kim en Daan elkaar aan. Ze moeten wel gehoorzamen en ze lopen met de man mee. Ze gaan de schuur binnen. Daan staat op het punt om in huilen uit te barsten. Ruw worden ze op een stoel geduwd. Een andere man pakt touwen en bindt ze vast aan hun stoelen. Daan begint nu echt te huilen en ook Kim kan zich niet meer inhouden.
Een van de mannen maakt twee proppen papier en stopt ze in de monden van Daan en Kim. Vervolgens bindt hij ze allebei een smerige lap voor hun ogen. Met een barse stem zegt hij: “Zo, die kunnen niet meer bewegen, niet meer praten en niet meer zien. Hahaha. Kom mannen, we gaan. Het wordt tijd dat we weer eens een bank overvallen!”
De mannen pakken een aantal jutezakken en lopen de schuur uit.
Op de training zijn alle kinderen inmiddels al gevonden. Alleen Kim en Daan
ontbreken nog. Frits maakt zich een beetje ongerust en gaat naar de trainster.
“Jet, Kim en Daan zijn er nog steeds niet bij. Wat moet ik doen?”
Wordt vervolgd…
Doei!!
Dit was de jeugdrubriek weer voor deze keer. We hopen dat jullie het weer leuk
vonden. Wil je graag iets anders in deze rubriek? Stuur dan je ideeën naar
daventriaan@hotmail.com. We zullen kijken wat we ermee kunnen doen. Verder hebben
jullie nog het antwoord van het raadsel van de vorige keer tegoed. De man op
de foto is onze enige echte Jan Blom (alias Jannepan en King George).
Tot de volgende keer!
Groetjes, Marlies en Tessel
6. Uut de olde deuze
Met het nieuwe baanseizoen 2004 in het vooruitzicht
leek het de redactie leuk om een oud interview met de atlete die bij Daventria
als onder andere meerkampster furore maakte, namelijk Tineke Hidding. Begonnen
als pupil en later zelfs uitgegroeid tot top meerkampster op de Olympische Spelen.
Dit om de nodige inspiratie en motivatie op te doen voor het naderende baanseizoen.
(januari 1982 49e jaargang, no. 1)
TINEKE EN DE MEERKAMP
Ooit werd ze door Ma Hidding naar atletiek gestuurd omdat ze zo hard over straat rende. Al spoedig bleek haar talent en ze was nog fanatiek ook. Geschoold door trainer Arend Karenbeld groeide ze uit tot een uiterst succesvol atlete: Tineke Hidding nationaal recordhoudster op de meerkamp (5842 pnt.) Beste prestaties: 100 m –11.9; 200 m 24.16/23.5; 100 m horden – 13.84; ver - 6.35; hoog – 1.75; kogel –12.89; speer – 32.74; 800m 2.14.5.
“Eigenlijk ben ik met de meerkamp begonnen omdat ik moeilijk een keus kon maken voor een bepaald nummer. Ver deed ik graag, en horden, maar ook de sprint. Karenbeld heeft me toen geadviseerd het eens op de meerkamp te proberen en daar heb ik nog steeds geen spijt van.
Een meerkamp eist wel een grote concentratie. Voor ieder nummer moet je jezelf kunnen opladen en een slecht begin moet je op de andere onderdelen zien te compenseren. Overigens ben ik vrij constant. Alleen het speerwerpen is nog zwak, maar met Cor Onrust werk ik daar hard aan.”
Enkele jaren terug werd de 800 m in het – toen nog – vijfkampprogramma opgenomen, aanvankelijk leverde dat problemen op, want jarenlang was haar langste loopnummer de 200….. Nu ziet ze niet meer tegen de slotafstand op: “Eens per week train ik met de lange afstand lopers. Als de heren duizendjes lopen, pak ik 500 meter mee.” Zo lost Tineke het gebrek aan geschikte trainingspartners op; bij Daventria heeft ze totaal geen concurrentie…
Tineke traint per dag zo’n drie uur. “‘s Ochtends begin ik thuis met rekkingsoefeningen of ik ga een eindje lopen met Bert. De rest doe ik ’s middags of ’s avonds.” Eenmaal per week reist ze naar Groningen om met Karenbeld haar programma door te spreken en te trainen; vrijdags wordt er getraind in de fraaie indoor accommodatie van het Duitse Rhede. Bovendien worden regelmatig de centrale trainingen van bondscoach Wil Westphal bezocht.
Een willekeurige greep uit haar (winterprogramma):
Maandag: kracht en kogel – 1 uur 45 min.
Dinsdag: coördinatie (loopwerk, sprints, horden) – 2 uur.
Woensdag: tempolopen (6-8 x 300 of 5 x 500) – 1 uur 45 min.
Donderdag: kracht en coördinatie – 2 uur
Vrijdag: indoortraining Rhede (horde, ver, hoog) 2 uur 30 min.
Zaterdag: centrale training (3x per dag……)
Zondag duurloop (varieert)
Dit combineert ze dan allemaal met een part-time baan bij Kluwer. Over de medewerking
van dit concern is ze zeer tevreden: “Ik kan eigenlijk altijd weg als
er een trainingsstage is of zoiets. En dan heb ik natuurlijk aan Bert een enorme
steun: hij springt zoveel mogelijk bij in het huishouden en hij accepteert gewoon
dat ik zoveel weg ben. Ook als het slecht gaat kan ik op hem rekenen.”
Dat bleek wel in 1980, toen door blessures een heel seizoen de mist in ging……
Haar voorbereiding op een meerkamp is eigenlijk steeds hetzelfde. Eén
dag of vijf voor een wedstrijd neem ik gas terug. Af en toe een sprintje of
zo, maar veel rust is dan toch wel erg belangrijk. Ook het eten houd ik dan
scherp in de gaten. Geen broodjes-knakworst, zoals nu dus,” grapt ze.
Dan komt de dag van de wedstrijd. Rennen naar de w.c. “Gelukssokken”
aan, de witte trui met gele band aan, het startnummer vastmaken met steeds dezelfde
spelden en alles in de beproefde volgorde.” Wedstrijdzenuwen.
Pa Hidding deelt in de spanning. Ooit kreeg hij van zijn dochter een paar witte
Adidas-sokken cadeau: “Trek die maar aan pa, dat brengt geluk”,
zei ze eens voor een grote wedstrijd. Toen ze die won hoefde ze niets meer te
zeggen. Nu trekt hij ze uit zichzelf al aan! Vroeger sleepte Tineke ook nog
een konijn (als mascotte) mee, “maar dat is gegapt” voegt ze er
schaterend aan toe.
“Eigenlijk moet je een uur of vier voor het begin van de meerkamp je bed
uit. Dat was vroeger met de vijfkamp wel eens lastig, want die begon al om negen
uur. Die vijfkamp vond ik trouwens zwaarder dan de zevenkamp van nu: alles werd
op één dag afgewerkt, zodat je soms van negen uur ’s morgens
tot acht uur ’s avonds op de been stond, met halverwege een pauze van
een uur of drie, vier. Vooral het hoogspringen loopt vaak enorm uit. Nu met
de zevenkamp beginnen we rond half elf.”
Het eerste nummer is de 100 m horden. Eén brok concentratie is ze dan. En die mag niet verstoord worden: “Als ik in de startblokken zit en er gaat een of andere speaker zitten zeuren ga ik gewoon staan tot het stil is.” Daarna volgen het kogelstoten, het hoogspringen en de 200 m. de tweede dag gaan de dames verspringen.
“Ze uit zich niet, zo’n dag,” zegt Roelof Veld. “Daarom wordt ze door mensen die haar slecht kennen wel voor nors, eigenzinnig versleten. Maar dat is ze beslist niet. Als ze knikt na een sprong, zit ze goed,” grijnst hij, “dan is ze tevreden.” Aan het eind van de lange meerkampdag, na het speerwerpen, treden de dames aan voor de ontknoping, de 800m. Die afstand gaat Tineke steeds beter af. Haar beste tijd is nu 2.14,5 “maar daar gaat nog wel wat af.”
De moeilijkheid van een meerkamp is het in bedwang houden van je zenuwen: “In
Berlijn, bij de Europacup, sprong ik tweemaal ongeldig. Bij de laatste alles-of-niet
poging rolde er 6.35 uit, een persoonlijk record. Ik ben nu trouwens rustiger,
zelfbewuster dan vroeger. Je weet wat je te wachten staat, dus ben je minder
gespannen. Soms gaat het ook wel fout hoor. In Kopenhagen zette ik na twee foutsprongen
voor de balk af, toen begon ik met tranen in de ogen aan de 800m.”
Ze ligt niet wakker van het geweld dat de Oostblokdames ontketenen. Die hebben
nu eenmaal alle mogelijke faciliteiten: de sport is gewoon hun beroep. Over
doping: “Kijk,” zegt ze, “Tatschenko won in Moskou de vijfkamp,
maar op de Europese Kampioenschappen werd ze betrapt op dopinggebruik. Daarom
richt ik mij liever op de West-Europese dames.”
Vergleken met deze atletes slaat Tineke bepaalt geen slecht figuur. En zo hoort
het ook. Iemand die onder zo moeilijke omstandigheden (geen concurrentie binnen
de club, veel alleen trainen, een gebrekkige accommodatie, weinig begeleiding
bij de training, veel gereis, een baan, enz.) zoveel weet te bereiken verdient
dat gewoon. We zullen nog van haar horen…….
Dick
|
IN MEMORIAM EEF VIS
(Alias de Stekkel) Op 16 januari 2004 is in zijn woonplaats Sewell in Amerika op 79-jarige leeftijd overleden onze oud Daventria atletiek- en voetbalvriend Eef Vis. In zijn actieve jaren was Eef een zeer gedreven sportman die in vele opzichten uitblonk en daarmee een voorbeeld voor de jeugd was. Hij was niet alleen een snelle technische voetballer maar ook een gedreven atleet.Op jonge leeftijd heeft hij zich onderscheiden op diverse atletiekonderdelen en behaalde hij ook o.a. het Nederlands Jeugdkampioenschap Speerwerpen. Eef vertrok met zijn Dora (Epping) naar de V.S. om daar
een Tuin en Bosbouwbedrijf in eigendom te gaan runnen, hetgeen hun beide
in vele Wij gedenken deze vriend en sportman dan ook in goede
herinneringen en wensen Dora en zoon Bill erg veel sterkte toe. |
7. Overpeinzingen
Bij het lezen van het persbericht
van onze voorzitter op 9 januari
jl. krijg je het gevoel van;
‘Dit jaar gaat het gebeuren’.
vooral de laatste regels in dit
bericht “Dat we teren op het
verleden en dat het tijd wordt
voor nieuwe successen.” Dat is
hetgene wat de nodige aandacht
moet kunnen krijgen…
Een grote groep leden heeft
vele zaterdagen opgeofferd om
een trainerscursus te gaan volgen.
Hiervan zal Daventria gebruik
moeten maken, want in het verleden
kwamen trainers ook uit eigen
gelederen.
Bij de jeugd is talent voorradig.
“Opmerker” heeft op de crossen
in Nijmegen en Holten enkele
pupillen en junioren in aktie
gezien die, mits goed begeleid,
in staat kunnen zijn om Daventria
en Deventer weer op de kaart
te zetten.
Ondersteuning van nieuwe trainers
en jeugdtalenten moet met een
ledental van 400 mogelijk zijn.
Er moet dus aandacht komen
Voor selectie en specialiteit.
Dan komt ook de tijd voor nieuwe
Successen….
,,opmerker’’